Razzia van Putten leeft tot op de dag van vandaag

Verstild kijkt ze uit over de herdenkingshof, waar de lege plekken tussen de hagen de graven symboliseren van de 552 mannen die na de razzia van Putten in 1944 nooit terugkeerden naar hun dorp op de Veluwe. Het beeld van Mari Andriessen, ook bekend van de Dokwerker in Amsterdam, vormt de blijvende herinnering aan de ramp die op 2 oktober 1944 Putten trof. Die razzia, een vergeldingsactie voor een mislukte verzetsdaad, heeft diepe sporen nagelaten in de Puttense gemeenschap.

Over de nasleep van de razzia wist Evert de Graaf meer dan anderhalf uur lang de tot de laatste plaats bezette zaal van de Meente te boeien. Zijn verhalen over het zwijgen van de bevolking, maar ook over de onderlinge tegenstellingen, lieten een voor velen nieuw licht schijnen over deze tragedie. Natuurlijk was er begrip voor verzetsdaden, maar was het ook niet juist een onbezonnen verzetsdaad die deze tragedie over Putten had afgeroepen? En welke rol speelden het geloof en de predikanten bij de verwerking van het verdriet? Wat deed het burgerlijk gezag, direct na afloop van de Tweede Wereldoorlog?

De heer de Graaf doorspekte zijn verhalen met allerlei boeiende details, over de 108 kinderen, die direct na de oorlog voor enige tijd naar Engeland werden gebracht, over de spontane acties van gemeenten, kerken en burgers, om geld in te zamelen voor de getroffen bevolking. Zo was daar het gedicht, gemaakt door mevrouw Hoekman- van Veen uit Genemuiden, dat huis aan huis werd verkocht (voor een kwartje) en meer dan 4000 gulden opbracht. Mild werd er gegeven en nog jarenlang werden weduwen en wezen met dat geld ondersteund bij het volgen van onderwijs en op tal van andere manieren. De steun die Putten heeft ondervonden, ook van de zijde van het koninklijk huis kwam tot uitdrukking in de bezoeken, die door drie opeenvolgende koninginnen aan Putten werden gebracht. Aangrijpend was tenslotte ook het verhaal hoe uit de verschrikkingen van de kampen rond Neuengamme ook heel waardevolle contacten zijn ontstaan tussen de bevolking van Putten en een aantal Duitse plaatsen, contacten die er al aan het eind van de jaren ’40 toe hebben geleid dat een Duitse dominee een korte meditatie kon verzorgen in een bomvolle grote kerk in Putten.

De traditionele bijeenkomst aan de vooravond van Dodenherdenking en Bevrijdingsdag, verzorgd door SCEG en De Meente, werd afgesloten met het zingen van het Wilhelmus, waarbij de orgelbegeleiding werd verzorgd door Jan Timmerman.